EN | NL
Informatie


Verzorging

Standplaats
Grondsoort
Planttijd
Het planten
Bemesting
Snoeien
Ziekten en plagen

Standplaats

Rozen houden van zon en open ruimten. Op beschaduwde plaatsen bloeien ze minder en in besloten ruimten, waar de luchtcirculatie beperkt is, zijn ze vatbaar voor schimmelziekten. Sommige rozen doen het op het noorden beter dan andere. Een lijstje van deze rozen vindt u verder in deze handleiding.

Plant klimrozen niet direkt tegen een muur aan. Een dergelijke plaats is vaak kurkdroog. Blijf minstens 40 tot 50 cm. van de muur af. Iets dergelijks geldt voor het planten van boomklimmende rozen. Dicht bij de boomstam is de grond droog en arm, plant daarom op ongeveer 1 mtr. afstand van de boom. In droge perioden moeten deze rozen gedurende de eerste paar jaar voldoende water krijgen!

top

Grondsoort

Rozen gedijen op alle gronden. Leemgrond en lichte klei is de beste grond voor rozen. Zandgrond kan ook maar moet verbeterd worden door toevoegen van veel verteerde stalmest of gedroogde koemest. Zware klei kan ruller gemaakt worden door eveneens goed verteerde of gedroogde stalmest in te brengen.

Indien u zure grond heeft moet u een kalkgift toedienen in het najaar. Bij twijfel kunt u een grondanalyse laten uitvoeren en tegelijkertijd een bemestingadvies vragen.

in alle gevallen is het gunstig te "mulchen", d.w.z. de grond waarop de rozen staan te bedekken met ruige stalmest, afgevallen blad enz. Dit kunt u het beste doen in het najaar. Het beschermt tegen vorstschade, verhindert erosie en stimuleert een rijk bodemleven dat de gezondheid van de planten ten goede komt.

top

Planttijd

De beste tijd is het najaar, vóór de eerste vorst. Dan is de grond nog relatief warm en als gevolg daarvan kunnen de wortels wellicht nog wat haarworteltjes vormen zodat de planten voor de winter 'vaststaan'. In het voorjaar ontwikkelen de rozen zich dan veel beter. Dit is echter slechts belangrijk voor de resultaten gedurende het eerste jaar. Ook planten gedurende het voorjaar geeft in principe eveneens goede resultaten alleen de keus in 't assortiment en de aanslag zijn dan beperkter.

top

Het planten

De wortels van de rozen moeten het liefst kletsnat zijn bij het planten. Laat ze niet gedurende een gehele dag of nacht in het water staan maar haal ze eventjes door een emmer water of beter nog een emmer bagger net vóór het planten. Graaf een gat dat voldoende groot is om de uitgespreide wortels te bevatten. Zet de plant er in en houdt ze met de linker hand vast terwijl u met de rechter hand het gat weer opvult. De ruimte tussen de wortels moet goed opgevuld worden met fijn verkruimelde grond. Aangezien de wortel nat is zal de grond er goed aankleven.

De okulatieplaats (dit is het punt waar het bovengedeelte van de plant met de wortel is verbonden) moet net onder het grondoppervlak zitten, nadat u de grond stevig met de voet hebt aangedrukt! Dit laatste is belangrijk voor het aanslaan!

Na planten in het najaar: niet insnoeien, wachten tot het voorjaar. Na planten in het voorjaar: in maart nog verder insnoeien, zie rubriek Snoeien.

top

Bemesting

Rozen zijn kweekprodukten die het pas echt goed gaan doen op een rijk bemeste grond. Op schrale grond kunnen ze zich met moeite handhaven. Vergeet ook niet dat van rozen bijzondere bloeiprestaties worden verwacht. Deze zijn niet op te brengen zonder een aangepaste voeding.

Naast het royale toedienen van stalmest in het najaar (wat eerder een grondverbetering dan een bemesting is), adviseren wij per jaar minstens éénmaal een handvol kunstmest per plant te geven in maart, na het snoeien. Indien uw rozen op zandgrond staan is het beter tweemaal kunstmest te geven, de tweede maal tussen eind juni en half juli.

U kunt als kunstmest een speciale rozenmest gebruiken, waarbij u er op moet letten dat deze eveneens magnesium bevat. Of u kunt gewone kunstmest gebruiken die zowel stikstof, fosfor als kalium bevat, bv. in de verhouding 12-10-18.

Bij gebruik van dergelijke kunstmest is het aan te raden per jaar een klein handjevol kieseriet per plant te geven. Kieseriet bevat hoofdzakelijk magnesium. Een andere mogelijkheid (vooral voor diegenen die een vruchtbare grond hebben) is in maart kunstmest te geven, zoals daarnet beschreven en als tweede bemesting in juni-juli patentkali te geven. Patentkali bevat veel magnesium, toedienen van kieseriet is dan niet meer nodig.

Indien u principiële bezwaren heeft tegen het gebruik van kunstmest kunt u organische bemesting kiezen, zoals ureun enz. Bloed- en beendermeel zijn eveneens goed, maar vooral beendermeel is traag werkend.

Na juli moet u niet meer bemesten. Indien u dit wel doet, krijgt u laat in het najaar nog nieuwe groei, die geen gelegenheid meer krijgt nog vóór de winter af te harden. Zacht hout bevriest 's winters en vormt een entree voor allerlei schimmelziekten.

top

Snoeien

Snoeien lijkt erg ingewikkeld. Maar voor iemand die de groei- en bloeiwijze van zijn of haar planten kent en het gezonde boerenverstand gebruikt is het eigenlijk vrij eenvoudig.

Eerst iets over de snoeischaar. Gebruik steeds een snoeischaar met twee snijkanten en niet eentje met één snijkant en één vlakke kant. Bij gebruik van deze laatste plet u het hout eerder dan dat u het snijdt.

Verder: houdt de schaar scherp en schoon. Na een snoeibeurt het aangekoekte materiaal verwijderen met bv. fijn schuurpapier en de schaar eventjes oliën en op een droge plaats opbergen.

Snoei van lage, dóórbloeiende rozen, zoals theehybriden, floribunda's, polyantha's, Chinese rozen en David Austin rozen.

Eerste snoei na planten: begin maart dunne takjes verwijderen en de 2, 3 of 4 takken waaruit de plant bestaat insnoeien, zodat u per tak 4 tot 5 "ogen" behoudt. Als hoogste oog, d.w.z. dat oog waarboven u gaat knippen, kiest u er eentje dat naar buiten is gericht.

Volgende jaren: in maart, dood en dun hout verwijderen, 3 tot 5 sterke en liefst jonge takken behouden (jonge takken zijn nog niet vertakt). Deze kaal snoeien en inkorten zodat u per tak 4 tot 5 ogen behoudt. Dunnere takken worden korter gesnoeid dan dikkere. Indien u dit wenst kunt u Chinese rozen minder drastisch snoeien om grotere struiken te verkrijgen. Veel dóórbloeiende David Austin rozen kunt u eveneens tot grotere struiken laten uitgroeien.

Snoei van doorbloeiende parkrozen, zoals "Golden Wings" en muskusrozen.

In maart, dood en dun hout verwijderen, 4 tot 7 sterke en liefst jonge takken behouden (jonge takken zijn nog niet vertakt). Deze kaal snoeien en ongeveer 1/3 van hun lengte verwijderen. Dunnere takken worden korter gesnoeid dan dikkere.

Snoei van Bourbon- en Remontantrozen, Portlandrozen en herbloeiende mosrozen

Lage planten zoals "Gruss an Aachen", "Souvenir de la Malmaison" en "Souvenir de St. Anne's" behandelt u zoals theehybriden (zie hierboven).

De hogere planten: in maart, dood en dun hout verwijderen, 4 - 7 sterke en liefst jonge takken behouden (jonge takken zijn nog niet vertakt). Deze kaal snoeien en ongeveer 1/3 van hun lengte verwijderen. Dunnere takken worden korter gesnoeid dan dikkere.

Snoei van zomerbloeiende struikrozen en oude rozen

In maart volgend op het planten, of indien u in het voorjaar heeft geplant, onmiddellijk na het planten de rozen kort snoeien. Daarna gedurende twee jaar niet meer snoeien, tenzij weg halen van dood en te dun hout. Vanaf het derde jaar passen we zomersnoei toe. Na de bloei, d.w.z. ongeveer midden tot eind juli, de uitgebloeide takken verwijderen tot aan de basis of tot op een punt onder in de struik waar een nieuwe tak verschijnt. Op die manier maakt u ruimte voor nieuwe takken, waarop volgend jaar de bloemen zullen verschijnen. Deze snoeiwijze zorgt er ook voor dat de struik er jong en fris blijft uitzien. In het daarop volgende voorjaar kunt u de nieuwe takken nog met 1/3 inkorten indien u ze te lang vindt.

Snoei van botanische rozen en gelijkaardige.

Slechts af en toe verjongen door oude takken bij de basis weg te nemen in het voorjaar.

Snoei van niet-doorbloeiende klimrozen, de zogenoemde "ramblers".

Deze planten bloeien op meerjarig hout, d.w.z. op takken die het vorig jaar of nog eerder zijn ontstaan. De snoei heeft bij voorkeur plaats na de bloei (zomersnoei). Indien niet mogelijk, dan in maart.

Beperk het aantal takken die van uit de basis komen tot 4 tot 5. Indien er meer zijn, snoei dan de oudste helemaal weg. Verjong de hogere gedeelten van de takken door deze in te snoeien boven een punt waar een nieuwe krachtige loot zich ontwikkelt.

Snoei van klimmende sporten oftwel mutanten van theehybriden, bv. "Clg. Mme. Caroline Testout".

Deze rozen zijn in de katalogus te herkennen door de toevoeging "Clg." vóór de naam. (Dit is een afkorting van het engelse woord "Climbing").

Slechts weinig snoeien. Uitgebloeide bloemen verwijderen om herbloei te bevorderen en om de zoveel jaar eens een oude tak bij de basis wegnemen. Bij deze rozen is het belangrijk de takken zoveel mogelijk horizontaal uit te buigen in plaats van ze loodrecht omhoog te laten klimmen. Door ze horizontaler te laten groeien worden ze minder kaal onderaan en bloeien ze gelijkmatiger over de gehele lengte van de tak in plaats van alleen bij de dakgoot!

Snoei van de andere dóórbloeiende of bloeiherhalende klimrozen.

Snoei in maart. Behoud 4 - 5 stevige takken, en wel de jongste. Snoei van deze takken de zijtakken terug tot 2 tot 3 ogen.

top

Ziekten en plagen

Onaangenaam onderwerp! Het is helaas zo dat niet alleen mensen van rozen houden. Heel wat dieren en lagere levende wezens zijn er verzot op.

De meest voorkomende schimmelaantastingen zijn meeldauw, sterroetdauw en roest. Meeldauw is het minst schadelijk, maar het oogt zeker niet fraai. Sterroetdauw en roest zijn wel schadelijk, ze verzwakken de planten sterk doordat vóórtijdige bladval optreedt. Tal van middeltjes zijn in de handel verkrijgbaar om deze aantastingen te bestrijden. Vraag vóór het kopen advies wat u in uw situatie het beste kunt gebruiken.

De vervelendste insekten zijn luizen en op sommige plaatsen bladrollers. Indien u niet veel rozen heeft kunt u de luizen gemakkelijk onder controle houden door ze tussen duim en wijsvinger te pletten of van de scheuttop af te ritsen. Veel mensen spuiten met zeepspiritus en vinden het heel effectief. Een vrij onschadelijk chemisch middeltje is Pirimor of een ander merk dat gebaseerd is op pirimicarb. Ook met een stevige straal water uit de tuinslang kunt u de luizen er afspuiten. Een zeer effektief middel maar moet wel om de vijf dagen herhaald worden. Dit geldt eigenlijk ook voor de chemische middelen, tot juli is herhaling van de bestrijding zeer gewenst.

Bladrollers zijn vooral actief op rozestruiken die zich bevinden in de buurt van geboomte. Zij kunnen een plant in korte tijd totaal ontsieren.

Het advies om de gekrulde bladeren af te plukken en te verbranden is, voor zover ons bekend, nog het beste maar toch niet helemaal bevredigend. Indien u deze insekten chemisch te lijf wilt gaan, moet u spuiten met een middel tegen vretende en zuigende insekten, vanaf begin mei tot eind juni, om de twee weken.


Dit onaangename hoofdstukje kan het beste afgesloten worden met een aantal vuistregels die de chemische oorlogsvoering voor een groot deel overbodig maken:

  • zorg dat uw rozen luchtig en in het licht staan
  • geef niet te veel stikstof, maar geef ruim kalium en magnesium
  • houd uw rozen luisvrij; inspecteer ze daarom regelmatig
  • houd de snoeischaar scherp en schoon
  • verwijder afgevallen rozenblad in het najaar
top

J.D. Maarse en Zonen B.V. | Oosteinderweg 489 | 1432 BJ Aalsmeer | 0297-324683 | info @ maarse • nl